zondag, 20 maart 2011

Glenn en Marie B.

Twee weken geleden is mijn oma gestorven. Of zoals ik meer gewoon ben om te zeggen: mijn Mimie. Dat was twee dagen vroeger dan verwacht, wat best wel een vreemde gedachte is - namelijk, dat dokters zoiets met precisie kunnen zeggen. Of toch bijna met precisie, want mijn oma besloot dus om de dokters even voor te zijn en niet te wachten tot het moment dat zij hadden uitgerekend. Moest ik niet zeker weten dat de vergevorderde dementie dat onmogelijk had gemaakt, ik zou zeggen dat ze het opzettelijk had gedaan. Als een laatste daad van rebellie, misschien wel. Tegen dokters en buisjesvoeding; tegen het niet meer kunnen praten of herkennen, het constante in bed liggen, en natuurlijk tegen die vuile kutdementie. Maar uiteindelijk denk ik dat ze gewoon te moe was om nog te vechten tegen de ziekte.

Toen mijn zus en ik aankwamen in het rusthuis hadden twee verpleegsters mijn oma al een beetje opgemaakt. Het was een bizar beeld, onder andere omdat het misschien nog niet helemaal was doorgedrongen dat ze écht was gestorven, en niet gewoon sliep. Zonder buisjes allerhande die aan haar bevestigd waren. Maar wel met watten in haar mond, kwestie van het toch een beetje te laten doordringen. Ondertussen (i.e. nu) probeer ik hier niet het definitieve beeld van mijn oma van te maken en te focussen op andere herinneringen, en dat gaat goed. Ik weet nog dat het definitieve beeld dat ik van mijn opa (haar man, dus) heb, wel dat is van hem als hij al 'opgebaard' was, zoals men dat placht te noemen, in een ruimte met enkel paarse en zwarte gordijnen, een grote kaars, trieste muziek, de hele familie samen in stilte en een ijzeren kruisje dat in wijwater werd gedompeld. Ik was vijf en begreep er helemaal niks van.

Maar ondertussen ben ik al eenentwintig en zoveel meer begreep ik er nu ook niet van. Neen, het leek dus opnieuw alsof mijn oma enkel maar lag te slapen. Het enige dat verraadde dat dit niet zo was, waren de eerder genoemde watten in haar mond, een propje doeken onder haar kin (want de mond mag natuurlijk niet openvallen, stel je voor, we waren geheid nog harder beginnen snikken) en haar handen, die wit waren, maar zó wit. Geen enkel spoortje meer van aders of andere zaken die op leven wezen. Haar handen waren bijna even wit als melk. Maar wel nog een beetje warm, zo wist een van mijn tantes die rond haar bed zat. Ik wilde niet gaan voelen. Ik keek gewoon.

En hoe meer ik keek, hoe meer ik het gevoel had dat mijn oma toch nog gewoon sliep. En dan wou ik zeggen dat ze die watten uit haar mond moesten halen, omdat dat toch helemaal niet comfortabel moest zijn. Komaan, hè, zeg, hoe zouden we het zelf vinden? Of dan keek ik zolang naar haar borst tot ik dacht te zien hoe ze nog ademde. Maar dat was natuurlijk niet zo. Dat is gewoon het mensenverstand, denk ik, dat voor bepaalde dingen simpelweg te klein is om ze echt goed te kunnen snappen.

Wat ik trouwens het vreemdst vond was het gevoel dat mijn oma nog heel erg aanwezig was. Misschien wel meer aanwezig dan ze in drie jaar is geweest, dus sinds de dementie haar echt helemaal had meegetrokken in een mistig universum van reageren, maar niet herkennen, reageren, maar niet praten, en reageren, maar voor de rest gewoon zijn. Misschien was ze ook wel aanwezig. Op een of andere bovennatuurlijke manier, dan. Dat was ook een gedachte die ik die avond wou opperen, zoals de gedachte over de watten. Misschien haalden we er wel een beetje troost uit, wie weet, als we dachten dat ze nog naar ons aan het kijken was, wakend. Maar weer zweeg ik gewoon. Op sommige momenten is het best om even helemaal niks te zeggen.

Ja ja, Marie B. Ja ja.

23:44 Gepost door Yours truly in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

lang geleden dat ik nog eens op je blog was... en nu lees ik dit... een maand na datum. Ik hoop dat je ondertussen met het overlijden wat 'effen' bent...
en tot lezens...

Gepost door: cis | zaterdag, 16 april 2011

De commentaren zijn gesloten.