zondag, 29 augustus 2010

Glenn started to run

Die ochtend werd ik wakker, en ik wist dat het een mooie dag ging worden. Zo eentje waarbij je wakker wordt en de zon al ziet schijnen, ook al zijn de gordijnen eigenlijk nog dicht. Zo eentje waarbij het je niet zou verwonderen als er opeens zingende vogeltjes en hertjes komen helpen bij het wassen en aankleden. Zo eentje waarbij er een lieflijk muziekje als vanzelf op de achtergrond speelt, liefst iets van Minnie Ripperton of zo als het even kan. Mmm, ja. Ik maakte me bijgevolg dan ook klaar om vol overgave deze hoogstwaarschijnlijk geweldige dag in te springen. Wierp daarom al een been uit bed. En daarna een tweede. Klaar om er eens keihard aan te beginnen, en al. !!!.

Tot ik daarin werd tegengehouden door een allesverzengende pijn. Zijnde spierpijn.

Met name in mijn benen.

Hmm.

Er begon helemaal achteraan in mijn nogal mistige hoofd iets te dagen.

Maar natuurlijk! But of course!

Ik was de dag voordien voor de eerste keer gaan lopen.

woensdag, 25 augustus 2010

Glenn heeft nu dus ook een festivalbandje, hotness!

Dus toen lagen vriendin L. en ik na te praten over mijn eerste dag Pukkelpop, gelegen in onze tweepersoonstent die we na een halfuur zoeken toch nog ergens binnen de toegelaten perken hadden kunnen neerpoten. Op de achtergrond hoorden we Placebo headlinen. Bijgevolg daalde het gesprek af en toe ook eens af naar de vraagtekens die we plaatsen bij de adoratie van de muziekminnende mens voor Placebo.

"Als ik nog één keer iemand hoor zeggen dat hun cover van Running Up That Hill het origineel overstijgt, I swear to God, dan spring ik in de vaart."

In feite zijn er nogal veel als-dansituaties die eindigen met het in de vaart springen van ondergetekende, nu ik er zo over nadenk, maar ja, ik ben dan ook een van nature nogal dramatisch persoon en zo. In ieder geval ging de conversatie er - enkele intermezzo's richting Placebo niet nagelaten - hoofdzakelijk over hoe goed mijn allereerste festival was meegevallen. Al mijn vooroordelen die me er exact twintig jaar en een half lang van hadden weerhouden om ooit voet te zetten op een festivalweide (zijnde: het gebrek aan hygiëne en persoonlijke ruimte) werden natuurlijk wel op tijd en stond enkele keren bevestigd, maar uiteindelijk blijken de Belgische journalisten niet uit hun nek te lullen wanneer ze in volle komkommertijd weer een chauvinistische pagina of twee wijden aan de Belgische festivalzomer en dan vooral het Belgische festivalgevoel in het bijzonder. Want, toegegeven, als dat laatste niet echt zou bestaan, dan was ik waarschijnlijk al gillend uit Kiewit weggelopen van zodra de geur van festivaltoiletten voor de eerste keer mijn reukorgaan binnendrong en daar een spoor van dood en verderf achterliet.

"Mja, ik kan niet echt één voorval bedenken dat mij zou kunnen overtuigen om misschien volgend jaar toch niet opnieuw naar Pukkelpop te komen. Zelfs de pushy kerels en dronken Britten vooraan bij Goldfrapp niet, en die waren nochtans heel irritant."

Dat citaat had een mooie afsluiter kunnen zijn van een mooie dag, al zeg ik het zelf. Niets meer kunnen bedenken om je opnieuw van festivals te helpen en dan gaan slapen. Nu ja, of dan toch proberen om Placebo buiten te sluiten door, bijvoorbeeld, aan Kate Bush te denken of zo, ik roep maar iets. Maar toen. Kwam er een voorval de hoek om. Dat me toch wel even heel hard deed twijfelen.

Het ging zo: we lagen een paar seconden in stilte na te denken over de voorbije dag en te kauwen op dingen om te zeggen, waardoor al het geluid van buiten opnieuw leek binnen te sijpelen in de tent. Ik weet niet of jullie het weten, maar op een festivalcamping is er altijd lawaai - come rain or come shine, come morning or come middle of the fokking night. Zo kan je om half vijf 's ochtends nog iemand tegenkomen die spontaan op zijn gitaar begint te tokkelen en begint mee te zingen als ware hij Tom Dice in hoogsteigen persoon. Alsof dat nog niet erg genoeg is zal die gitaarkerel ook altijd een vriend hebben met een kazoo. Jawel. Of dan beginnen een paar kerels met een bal te spelen. Of doen een paar andere kerels iets anders luidruchtigs op de meest ongoddelijke uren. Vrouwen hoor je er by the way nooit lawaai maken. Wat doen die dan, vraag ik me af, en zijn hier eigenlijk wel vrouwen op vriendin L. na? (al ben ik eigenlijk niet zeker of ik dat dan allemaal wel zo graag wil weten)

Maar goed: er drongen dus heel veel geluiden van buiten naar binnen. En toen hoorden we plotseling een kerel (natuurlijk) verwoed beginnen hoesten. En voor we het wisten maakte hij ook kokhalsgeluiden. En voor we ook het volgende wisten hoorden we zijn maaginhoud op de grond spetteren. Maar echt spétteren, mensen. Spetteren! Hoe het komt weet ik niet, maar wanneer je iets enkel kan horen en niet zien lijken je oren opeens elk honderdste van de geproduceerde decibels op te pikken, als om er zeker van te zijn dat je bij gebrek aan zicht toch zeker geen enkel detail zou missen. Zo dus ook bij het kotsen van de tot nog toe anonieme kerel. Vriendin L. en ik keken elkaar aan. We knipperden eens. En keken daarna terug naar de bovenkant van de tent. Ondertussen meende ik ook een milde kotsgeur te ontwaren. Mijn rechteroog begon nerveus te trillen bij de gedachte aan de eerste van van mijn twee reeds genoemde antifestivalargumenten. Oh dear.

(Maar goed, als de affiche van volgend jaar het toelaat en ik ook opnieuw een herexamenloze zomer op zak kan steken, dan sluit ik zeker niet uit dat er opnieuw een dagje - of twee, of drie - Pukkelpop in het verschiet ligt. Want het was waarlijk zeer phat, y'all.)

maandag, 16 augustus 2010

Glenn starts to run. Well, someday, at least.

In het middelbaar waren er altijd twee vakken waarvoor mijn punten op élk rapport beduidend lager lagen dan die voor de andere vakken. Ik heb het hier over wiskunde ... en lichamelijke opvoeding. Neen, jullie zicht bedriegt jullie niet; ik typte wel degelijk lichamelijke opvoeding. Je mag lachen als je wil, want zelf vind ik het ook maar redelijk belachelijk, maar what can I say? Het was gewoon een vak dat me helemaal niet lag - niet in het minst omdat ik maar heel weinig aanleg heb voor zowat alle sportdisciplines, en zo'n gebrek aan kunde strookte bijgevolg helemaal niet met mijn op school nogal verregaande perfectionisme. Om maar meteen straight to the point te komen: mijn God, wat haatte ik LO.

Nu ja, ik moet niet meteen gaan verabsoluteren en zo. Er waren wel degelijk een páár sportdisciplines waar ik goed in was, of die ik toch tenminste zodanig graag deed dat mijn geheugen de herinneringen daaraan heeft misvormd in de vorm van bitchin' skills. Zo was ik niet meteen de slechtse hockeyspeler op de planeet. Ik wist zelfs eens een punt te scoren met hockey - geen own goal! - toen er een ongelofelijk irritante kerel in de goal stond die altijd prat ging op zijn eigen geweldigheid, vooral dan op vlak van sport. De smaak van de overwinning was zoet, mensen, dat moet ik jullie waarschijnlijk niet vertellen, maar nu ook weer niet zo zoet dat ik opeens een geweldige atleet werd. En oh! Lopen vond ik eigenlijk ook nog wel redelijk oké, want daar kwamen geen ballen of team building of zo aan te pas. Al had ik daarbij ook weer mijn grenzen, en die grens was de verachtelijke scholencross. En er waren natuurlijk wel énkele lessen tijdens dewelke ik LO niet haatte. Zoals wanneer het studie was, bijvoorbeeld, BAHAHA!

Anyway.

Het is dan ook met enige verbazing dat ik onlangs, na een sporthiatus van twee jaar (dus sinds de laatste les lichamelijke opvoeding etc.) heb besloten om - hou jullie vast - toch opnieuw aan een vorm van lichaamsbeweging te doen. Ondergetekende. Ik. Lichaamsbeweging. !!!!!. Jawel. Het is een combinatie die zes jaar lang de laughing stock is geweest van alle ongelofelijk irritante kerels die prat gaan op hun sportkwaliteiten, en er zijn dus wel enige trauma's aan verbonden doordat de menselijke puberteit gebeurtenissen wel eens durft uitvergroten, maar whatever! Dat ligt allemaal in het obscure verleden, en daar kijken we liever niet meer op terug. Alhoewel. Ik moet toch toegeven dat ik uit veiligheidsoverwegingen heb besloten om niet meteen opnieuw riskant terrein te betreden door bijvoorbeeld een veel te hoog gegrepen sport te gaan beoefenen, waarin ik vanzelfsprekend op de compleet verkeerde manier zou uitblinken. Om maar iets te roepen. Neen, in plaats daarvan gaan we gewoon een stukje lopen. Het hoofd een beetje leegmaken. Onderwijl gezond doen. Eerst het linkerbeen naar voren, dan het rechter. Niets wereldveranderends, dus. Voor zij die nu beseffen dat ze dit hele bericht vruchteloos hebben zitten lezen omdat ze gewacht hebben op een shocker van formaat: sorry.

Hoe dan ook, volgende week begin ik eraan!

Of anders de week daarna. I mean, het is nu niet dat het echt dringend is en al.

vrijdag, 06 augustus 2010

Glenn en de Zweedse furie

'There', natuurlijk! En als het even kan
op de eerste rij, ooh. De dag dat iemand ons
'square' kan noemen verschijnen de vier
ruiters van de Apocalyps aan de hemel,
komaan.

Bovenstaand sms'je kan maar twee dingen betekenen:

(1) Mijn vrienden en ik spreken in termen van 'Be there or be square'. Op een dag verhuizen we naar Engeland en kunnen we die passie ook buiten de obscuriteit van met leder beklede kamers botvieren, hoezee!

(2) We gaan naar Robyn kijken in de Botanique. In Brussel. Tot juni dit academiejaar lag de Botanique nog op een steenworp van onze campus, maar nu die laatste aan de duivel verkocht is en we naar een andere campus in het centrum verhuizen, gaat die vlieger helaas niet meer op. Nu ja, na twee haar Brussel-Noord/Botanique weet ik alleszins dat het daar 's avonds niet helemaal zo koosjer is. I.e. in het donker, dus. En Robyn treedt op woensdag 13 oktober op. Om acht uur. 's Avonds. In het donker, dus. Hmm.

Ik ben toch zo'n mietje, soms.

(Vaak.)

dinsdag, 03 augustus 2010

Glenn legt de juiste oorzaak

Het psychologisch zeer verantwoorde interpunctieaxioma stelt dat alle mensen, dus ook jij en ik, alleen denken in relaties van oorzaak-gevolg. De werkelijkheid is namelijk veel te moeilijk voor ons domme kloten, dus proberen we op die manier meer vat op haar te krijgen. Dat zou allemaal heel geweldig zijn, ware het niet dat we helaas allemaal die oorzaken op verschillende punten leggen. En daardoor ontstaat er vaak (altijd) ruzie, want ja, wij mensen willen ook vat krijgen op mekaar en dus altijd en overal gelijk hebben.

Zo stond het ongeveer in mijn cursus psychologie, misschien wel één van de interessantse cursussen afgelopen academiejaar, en dat is best verontrustend aangezien ik in een talenrichting zit, maar goed, whatever, daar gaat het nu niet over. Het gaat over oorzaken. En gevolgen. Causale relaties. Mooi zo.

Ik zei dus al dat je een oorzaak overal kan leggen. Je kan zeggen dat het ligt aan een veeleisend karakter: we willen en verwachten gewoon teveel van elkaar. Je kan zeggen dat het ligt aan het feit dat je niet genoeg buitenkomt. Je kan zeggen dat het ligt aan het feit dat iemand anders niet genoeg buitenkomt. Je kan zeggen dat het ligt aan je onwil om iemand deftig uit te kiezen. Je kan zeggen dat je er niet voor gemaakt bent. Te lelijk bent. Te saai bent. Dit en dat bent, dit en dat doet, of dit en dat net niet doet - allemaal negatief alleszins, die 'dit' en die 'dat'. En zo blijf je maar gissen, en eigenlijk weet je dan toch nooit helemáál zeker of je het wel bij het rechte eind hebt. Een autoriteit, dat heb je nodig! Iemand met kennis van zaken die voor jou uitmaakt waar de oorzaak ligt, zodat je een zucht van opluchting kan slaken, neerploffen in de dichts bijzijnde zetel en zeggen: nu wéét ik het. For sure. Gedaan met gissen. Gedaan met die knagende onzekerheid. Die autoriteit, dat was voor mij vorige week Het Nieuwsblad:

Klik.

(negeer de laatste paragraaf maar lees vooral zeer gretig wat daaraan voorafgaat)

Inderdaad: romantische komedies vergallen je leven. Of toch alleszins je liefdesleven, maar waarom muggenziften? En dat is dus allemaal de schuld van diezelfde romantische komedies, dames en heren. Ik heb het altijd al geweten: niks te moeilijk karakter of de andere oorzaken die ik enkele alineas geleden aanhaalde! Romantische komedies zijn de boosdoeners! Maar ja, niemand luistert ooit naar mijn Stem van Wijsheid en dus praat ik eigenlijk vooral tegen de muren. Het is een triest bestaan, maar ik heb er na twintig jaar mee leren leven.

Het toeval wil echter dat ik me eind vorige week, in weerwil van het hierboven geciteerde artikel, toch in een cinemazaal bevond waar een film werd afgespeeld die heel kwistig omging met de romantische clichés. As in: elke minuut vijf keer. Jong, dacht ik, dit is er zo zwaar over dat het gráppig wordt. Geen enkele mens in de échte wereld zou ooit zo'n kleffe zinnen produceren, tenzij misschien om te lachen, of in stront- en strontzatte toestand, en dan nóg. Het feit dat de film werd bevolkt door vampieren en weerwolven vond ik zelfs nog realistischer dan het constante geworstel met en gehaspel over de Liefde. Inderdaad: ik heb het over alweer een nieuwe episode in de Twilightsaga.

Na alweer een scène vol romantische gibberish keek ik eens rond in de zaal, voor zover dat alleszins kon in het donker. Ik herinnerde me dat ik bij het rondkijken toen het nog licht was vaststelde dat bijna iedereen in de zaal vooral keiharde pubers ware; jonge mensen wiens hormonenspiegel de pan uitswingt en nood hebben aan iemand of iets om naar op te kijken. En toen wist ik: waar zij naar opkijken, is de wereld die wordt gecreëerd in Twilight! Die - het feit dat er vampiers en weerwolven in meedoen buiten beschouwing gelaten - onrealistische wereld waarin de Romantiek hoogtij viert op een manier die wij gewone stervelingen, die dus niet in Forks wonen, nooit zullen meemaken! Die onschuldige mensjes worden nu overladen met illusies die, volgens Het Nieuwsblad, hun hele toekomstige liefdesleven en verwachtingspatroon ten opzichte van hun partner zullen vergallen! En alles is nog niet eens goed begonnen voor hun frêle zieltjes!

En dan zullen ze binnen x jaar uiteindelijk zoals mij zijn, stelde ik tot mijn ontzetting vast.

En van die gedachte werd ik behoorlijk triest, zeg.