maandag, 05 juli 2010

Glenn in het ziekenhuis

Het begon met koorts. Buikpijn. En toen een kramp in beide armen en handen. Hyperventilatie. Hogere koorts. En dan weer kalmte. De dokter begreep er niets van, en ik nog minder. Er werden wel zeker vijf verklaringen genoemd. Tegen mijn zus zei ik dat ik een weerwolf was, zoals in Twilight, omdat ik evenveel warmte uitstraalde als een kachel. De weerwolven uit Twilight hebben echter geen 40 graden koorts, dus dat was misschien niet echt wat er scheelde. Anyway. De volgende dag ging het iets beter, maar tegen de avond stak de koorts opnieuw op, en de kramp, en de buikpijn. Bijgevolg raadde de dokter ons aan om naar de spoedafdeling te gaan omdat mijn appendix waarschijnlijk ready to pop was. Ooh.

De spoedafdeling is trouwens helemaal niet zo opwindend als op tv altijd wordt beweerd. Een paar weken geleden was ik nog met open mond voor ER blijven hangen, toen ik besloten had om 's morgens vroeg te beginnen leren voor examen X maar op de één of andere manier toch voor VijfTV was terecht gekomen. Spanning en suspense, mensen! Het bloed spuit er langs alle kanten uit alle mogelijke lichaamsdelen, en er loopt altijd wel iemand rond die gek is geworden en de dokters begint te slaan met het één of ander losliggend voorwerp dat je enkel op tv in een ziekenhuis terugvindt. En dan zijn er nog de persoonlijke troubles: je kan er geen deur openen of je stoot wel op een koppel vrijende dokters. Moest ik de voorbije twee jaar niet zo zijn opgegaan in taal en taalkunde, ik was meteen gestopt met mijn studies om voor dokter te gaan studeren en een veel opwindender leven tegemoet te gaan.

Helaas is de spoeddienst in de werkelijkheid veel minder opwindend, zoals eerder al aangegeven. In plaats van terecht te komen in het midden van pure chaos, waar dokters voortdurend medische termen richting balie roepen terwijl ze slagaders proberen te dichten, belandde ik in een veel te kleine wachtzaal vol steunende en puffende mensen die allemaal opgingen in hun eigen kwaaltjes en dus geen acht sloegen op mij en mijn appendix. Egoïsme is een wijdversprijd fenomeen in deze moderne maatschappij, dacht ik triest, en ik ging zitten. Nu, in feite ging de aandacht van eenieder vooral naar de voetbalmatch op tv. Voetbal is overal: ik las het laatst zelfs nog op één van mijn examens Frans. 'La footballisation' heette het daar. Maar ikzelf haat voetbal. Er viel dus niets anders te doen dan berusten in mijn droevige lot.

Nu ja, droevig. Uiteindelijk viel het allemaal nog best mee, wat er met me scheelde, maar dat wist ik nog niet toen dokters en verplegers allerhande ongeveer elke druppel bloed uit mijn lichaam wegzogen en mijn muurbloemleven zodoende toch één stap dichter bij Twilight brachten. En dat het ging meevallen wist ik ook nog niet toen er foto's werden gemaakt van mijn buik. Of toen ik onderworpen werd aan een fokking echografie. Een echografie, jawel, zoals bij de zwangere vrouwen: koude gel op je buik, een beetje gewrijf met een toestel dat eruit ziet als zo'n scanner van de kassa in Colruyt, en voor je het weet zie je op een scherm een grijze massa verschijnen die dan je ingewanden moet voorstellen. Voor iemand die geen kinderen wil vond ik dat een wel zeer ironische speling van het lot, eigenlijk.

    De echografiemevrouw kwakte dus de koele gel op mijn buik. Ze haalde de scanner boven en begon ermee over de gel te bewegen. Eerst probeerde ik nog mee te volgen op het scherm, maar ja, je kan dus werkelijk niets maken van zo'n echografie, dus dat gaf ik maar op. De echografiemevrouw moet het gezien hebben, want ze begon bijna meteen een gesprek over school en die toestanden. Ik probeerde toegepaste taalkunde minder oersaai te laten lijken dan het voor de mensen die geen toegepaste taalkunde doen altijd lijkt, maar daarin moet ik gefaald hebben, want na een tijdje viel er een lange, dreigende stilte. Die werd er niet beter op toen de echografiemevrouw opeens de wenkbrouwen fronste en verwoed begon te klikken, waardoor er voortdurend laserachtige gevallen op het scherm verschenen. Het leek wel een computerspelletje, dus fronste ik ook maar de wenkbrouwen. De echografiemevrouw moet het opnieuw gezien hebben, want ze greep terug naar het onderwerp school, meerbepaald naar mijn resultaten. Mijn resultaten had ik tussen de hevige koortsaanvallen door toch lang genoeg kunnen checken om te constateren dat ik de zomer opnieuw zonder herexamens mocht doorkomen, dus dat kwam goed uit.

"Zo'n goed nieuws! Een dikke proficiat hee! Allez, da's toch al een goed begin van de vakantie", zei ze.

Ik dacht na over die woorden: "een goed begin van de vakantie". Hmm, deed ik achterdochtig. Even later kreeg ik immers te horen dat ik in het ziekenhuis moest blijven en waarschijnlijk de volgende ochtend (het liep intussen al tegen middernacht) geopereerd ging worden. Zo gezegd, zo gedaan. Aan mijn appendix scheelde eigenlijk niets of toch zeer weinig, maar omdat de dokters toch in mijn buik bezig waren geweest hadden ze hem er meteen ook uitgehaald. Na de operatie moest ik nog x uren wachten eer ik voor de eerste keer iets mocht drinken. Het was zeer heet buiten. Alsof dat nog niet erg genoeg was kreeg ik tijdens de nacht na de operatie gezelschap van een ware Benidorm Bastard, die mij door zijn geroep en gekerm slechts vier uur slaap per nacht gunde, en tijdens de maaltijden ofwel met de deur open naar toilet ging, ofwel zijn broek aftrok, waardoor ik oog in oog stond (nu ja, lag) met een oudemannenpenis. Bijgevolg overwoog ik toch zeker enkele honderden keren om met baxter en al een ontsnapping uit het ziekenhuis te forceren, op weg naar bedekte genitalieën en gesloten toiletdeuren! En zonder ouderen van dagen, dat vooral. Those plans never materialised, though.

Een goed begin van de vakantie. Het is een relatief begrip, denk ik dan.
Gelukkig heb ik niet teveel pijn aan de drie gaatjes in mijn buik of zo.

De commentaren zijn gesloten.